Voortgezet onderwijs
Home Faalangst Kinderen Volwassenen (Rij) Examenvrees Wie ben ik Contact
Voortgezet onderwijs

Faalangst komt veel voor bij leerlingen in het middelbaar onderwijs. Tien tot twaalf procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft te maken met een bepaalde vorm van faalangst.


Dit betekent dat er gemiddeld twee tot drie kinderen in de klas zitten die last hebben van faalangst, waardoor ze minder goed presteren dan ze eigenlijk kunnen. Je zou kunnen zeggen dat ze onder hun niveau presteren.

In de brugklas heeft een op de tien leerlingen al last van faalangst. Dit getal neemt alleen maar toe met de jaren en in de examenklassen is er al een gemiddelde bereikt van een op de vijf leerlingen.

Meisjes hebben over het algemeen meer last van faalangst dan jongens.


Ingrijpende periode

De leeftijd van twaalf tot veertien jaar is een ingrijpende periode, waarin veel veranderingen plaatsvinden. Zowel lichamelijk kenmerken veranderen, maar ook de overgang naar een andere school en de sociale omgeving verandert. Elk uur een andere docent en een ander vak. De ene docent is vriendelijk, geduldig en behulpzaam, een ander is dominant en gauw geïrriteerd. Vooral bij de laatste docent durft een leerling met faalangst niets te vragen uit angst voor een negatieve reactie. Vaak ontstaan er daardoor hiaten in de stof. Deze hiaten zorgen ervoor dat de leerling niets of weinig uitvoert en een onvoldoende is onvermijdelijk.


Deze leerlingen willen graag bij de groep horen, maar voelen zich veel te onzeker.

Daarnaast speelt het sociale aspect een grote rol. De leerlingen moeten op zoek naar een nieuwe plek en identiteit in een nieuwe omgeving. In deze periode worden leerlingen zich meer bewust van hun eigen mogelijkheden en onmogelijkheden maar ook die van anderen. Kritiek op gedrag, uiterlijk, of schoolprestaties kan een aanleiding zijn voor het tot stand komen van faalangst.


Leerlingen die al een laag zelfbeeld hebben krijgen het op de middelbare school vaak nog moeilijker. Hier moet nog meer worden gepresteerd dan op de basisschool.

Sommige leerlingen zijn dan ook bang om zich op het voortgezet onderwijs te uiten uit angst voor negatieve reacties van de omgeving. Deze leerlingen zijn bang om negatief bekeken te worden door zowel de docent als de medeleerlingen,


Docent

De onzekerheid van faalangstige leerlingen komt vooral tot uitdrukking in onderwijsleersituaties met een spanningselement, bijvoorbeeld een onaangekondigde overhoring, een onverwachte vraag, een opdracht die niet goed begrepen is, het uivoeren van complexe en onoverzichtelijke taken, in tijdnood raken bij een proefwerk. Hoe moeilijker een faalangstige leerling een opdracht vindt, des te sterker zal deze taak als een drukkende last worden ervaren.

De leerkracht speelt dan ook een belangrijke rol binnen het proces faalangst. Ook op het voortgezet onderwijs is het van belang dat leerlingen te horen krijgen dat ze iets goed doen, en niet alleen maar negatieve reacties te horen krijgen.



De docent moet in staat zijn om een probleem op te merken, te signaleren en bespreekbaar te maken. Het is van belang dat de docent uitgaat van de realiteit en niet van zijn of haar eigen verwachtingen.


FAALANGST?

LEER ERMEE OM TE GAAN!

Faalangst

Soorten faalangst

Ontstaan

Kenmerken

Hoogbegaafd

Faalangsttraining Kinderen

Faalangsttraining Volwassenen